In Matteüs 20:20-23 staat opgetekend: “Daarop kwam de moeder van de zonen van Zebedeüs met haar zonen naar hem toe. Ze viel voor hem neer om hem een gunst te vragen. Hij vroeg haar: ‘Wat wilt u?’ Ze antwoordde: ‘Beloof me dat deze twee zonen van mij in uw koninkrijk naast u mogen zitten, de een rechts van u en de ander links.’ Maar Jezus zei hun: ‘Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die ik zal moeten drinken?’ ‘Ja, dat kunnen wij,’ antwoordden ze. Toen zei hij: ‘Uit mijn beker zullen jullie inderdaad drinken, maar wie er rechts en links van mij zullen zitten kan ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie mijn Vader ze heeft bestemd.’” Uit deze passage van de Schrift kunnen we opmaken dat Salome (de vrouw van Zebedeüs en de moeder van de discipelen Johannes en Jakobus) de Heer Jezus een verzoek deed, in de hoop dat haar twee zoons aan weerszijden van de Heer in de hemel zouden kunnen zitten. De Heer echter willigde haar verzoek niet in.
lees verder