Neem je “overdenking van de dag” serieus, belangrijk voor alle christenen.

Veel mensen getuigen nu dat de Heer is teruggekeerd, dat Hij de vleesgeworden Almachtige God is die alle waarheden over de redding van de mensheid heeft uitgedrukt. Sommige mensen zochten en onderzochten nadat ze erover hadden gehoord, en accepteerden en volgden nadat ze hadden bevestigd dat het Gods uitspraak is. Maar sommige broeders en zusters hadden altijd het gevoel dat ze niet geloofden dat de Heer was teruggekeerd zonder het zien. Hebben we erover nagedacht, waarom geloven we in de Heer? Geloven we in de Heer omdat we het gezicht van de Heer zagen? Het antwoord is nee. Omdat we niet in de Heer geloven door te zien, moeten we altijd vertrouwen op het zicht om terugkomst van Jezus te verwelkomen. Is dit in overeenstemming met de wil van de Heer? Laten wij dan samen bijbel lezen! Moge God ons zegenen met Zijn leiding en verlichting!
“Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij”(JOHANNES 14:6)
“En na acht dagen waren Zijn discipelen wederom binnen, en Thomas met hen; en Jezus kwam, als de deuren gesloten waren, en stond in het midden, en zeide: Vrede zij ulieden! Daarna zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand, en steek ze in Mijn zijde; en zijt niet ongelovig, maar gelovig. En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God! Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben” (JOHANNES 20-26-29).
“Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij” (JOHANNES 10:27).
“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods” (ROMEINEN 10:27).
Relevante woorden van God:
Jezus heeft verklaard dat in de laatste dagen de Geest van de waarheid aan de mens zal worden geschonken. De laatste dagen zijn nu; begrijp jij hoe de Geest van de waarheid woorden uitspreekt? Waar verschijnt en werkt de Geest van de waarheid? In het boek der profetieën van de profeet Jesaja werd nergens vermeld dat er een kind met de naam Jezus in het tijdperk van het Nieuwe Testament zou worden geboren; er stond alleen maar geschreven dat er een mannelijk kind met de naam Immanuel zou worden geboren. Waarom heeft hij de naam Jezus niet specifiek genoemd? Deze naam komt nergens in het Oude Testament voor, waarom geloof je dan toch in Jezus? Je hebt Jezus toch niet met je eigen ogen gezien voordat je in Hem ging geloven? Of begon je pas te geloven na een openbaring? Zou God je echt zo’n genade tonen? En jou zo’n grote zegen schenken? Waarop is je geloof in Jezus gebaseerd? Waarom geloof je dan niet dat God nu vlees is geworden? Waarom zeg je dan dat, omdat God zich niet aan jou openbaart, bewezen is dat Hij geen vlees is geworden? Moet God voor aanvang van Zijn werk de mens informeren? Moet Hij eerst de goedkeuring van de mens krijgen? Jesaja verklaarde alleen dat er een mannelijk kind in een kribbe zou worden geboren, maar hij heeft nooit geprofeteerd dat Maria het kind Jezus zou krijgen. Waarom geloof je dan in Jezus, het kind van Maria? Je geloof kan toch niet onzeker en verward zijn?
uit ‘Hoe kan een mens die God in zijn opvattingen over Hem heeft afgebakend de openbaring van God ontvangen?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’
Voordat de Heer Jezus aan het kruis was genageld, twijfelde Tomas de hele tijd dat Hij de Christus was en kon hij het niet geloven. Zijn geloof in God was slechts gefundeerd op wat hij kon zien met zijn eigen ogen, wat hij kon aanraken met zijn eigen handen. De Heer Jezus had een goed begrip van het geloof van dit type mens. Zij geloofden alleen in de God in de hemel en geloofden in geheel niet de Ene die door God was gezonden, of de Christus in het vlees, en waren niet bereid Hem te aanvaarden. Om hem te laten erkennen en geloven in het bestaan van de Heer Jezus en dat Hij waarlijk de vleesgeworden God was, liet Hij toe dat Tomas zijn hand uitstrekte en Zijn rib aanraakte. Was Tomas’ twijfel voor de opstanding van de Heer Jezus anders dan erna? Hij twijfelde altijd en afgezien van het spirituele lichaam van de Heer Jezus dat hem persoonlijk verscheen en waarvan Tomas de wonden van de spijkers mocht aanraken, kon niemand zijn twijfels wegnemen en kon niemand hem ertoe brengen ze los te laten. Dus, op het moment dat de Here Jezus hem toestond Zijn rib aan te raken en hem het bestaan van de wonden van de spijkers echt liet voelen, verdween Tomas’ twijfel, en wist hij echt dat de Heer Jezus was opgewekt en erkende en geloofde hij dat de Heer Jezus de ware Christus was, dat Hij de vleesgeworden God was. Hoewel Tomas op dat moment niet meer twijfelde, had hij voor altijd de kans gemist Christus te ontmoeten. Hij had voor altijd de kans gemist met Hem samen te zijn, Hem te volgen en Hem te kennen. Hij had de kans gemist door Christus te worden vervolmaakt. De verschijning van de Heer Jezus en Zijn woorden boden een vaststelling van en een oordeel over het geloof van degenen die vol twijfel waren. Hij gebruikte Zijn feitelijke woorden en handelingen om de twijfelaars te vertellen, om degenen die alleen in God in de hemel maar niet in Christus geloofden te vertellen dat God hun geloof niet prees, noch hun navolging, die vol twijfels was. De dag waarop ze volledig in God en Christus geloofden kon uitsluitend de dag zijn waarop God Zijn grote werk volbracht. Natuurlijk was die dag ook de dag waarop het oordeel over hun twijfel werd uitgesproken. Hun houding tegenover Christus bepaalde hun lot, hun koppige twijfel betekende dat hun geloof hen niets opleverde en hun hardheid betekende dat hun hoop ijdel was. Omdat hun geloof in God in de hemel gebaseerd was op illusies en hun twijfel aan Christus in feite hun werkelijke houding ten opzichte van God was, was hun geloof, hoewel ze de wonden van de spijkers op het lichaam van de Heer Jezus aanraakten, nog steeds waardeloos en kon hun uitkomst alleen maar worden beschreven als water ophalen in een mand van bamboe – volledig tevergeefs. Wat de Heer Jezus tegen Tomas zei was ook heel duidelijk aan alle mensen gericht: de opgewekte Heer Jezus is de Heer Jezus die eerst drieëndertig en een half jaar lang onder de mensheid heeft gewerkt. Hoewel Hij aan het kruis was genageld, de vallei van de schaduw van de dood had betreden en was opgestaan, was er geen enkel aspect van Hem veranderd. Hoewel Hij nu de wonden van de spijkers op Zijn lichaam had en hoewel Hij was opgewekt en het graf was uitgewandeld, waren Zijn gezindheid, Zijn begrip van de mensheid en Zijn intenties voor de mensheid in het geheel niet veranderd. Hij vertelde de mensen ook dat Hij van het kruis was afgekomen, over de zonde had getriomfeerd, over moeilijkheden had getriomfeerd en over de dood had getriomfeerd. De wonden van de spijkers waren inderdaad het bewijs van Zijn overwinning op Satan, bewijs van het feit dat Hij een zondoffer was voor het met succes verlossen van de hele mensheid. Hij vertelde mensen dat Hij de zonden van de mensheid reeds op Zich had genomen en Hij Zijn verlossingswerk had volbracht. Toen Hij terugkeerde om Zijn discipelen te zien, vertelde Hij hen met Zijn verschijning: “Ik ben nog steeds in leven, ik besta nog steeds. Vandaag sta ik werkelijk voor jullie zodat jullie mij kunnen zien en aanraken. Ik zal altijd met jullie zijn.” De Heer Jezus wilde het geval van Tomas ook gebruiken als waarschuwing voor toekomstige mensen: hoewel je in de Heer Jezus gelooft, kun je Hem noch zien noch aanraken. Toch kun je worden gezegend door je ware geloof en kun je de Heer Jezus zien door je ware geloof; dit soort mens is gezegend.

Deze in de Bijbel vastgelegde woorden die de Heer Jezus sprak toen Hij aan Tomas verscheen zijn een grote steun voor alle mensen in het Tijdperk van Genade. Zijn verschijnen en Zijn woorden aan Tomas hebben een diepgaande invloed op toekomstige generaties gehad en blijven tot in de eeuwigheid van betekenis. Tomas vertegenwoordigt een type mens dat gelooft in God, maar toch aan God twijfelt. Ze zijn van nature wantrouwig, hebben sinistere harten, zijn verraderlijk en geloven niet in de dingen die God kan volbrengen. Ze geloven niet in Gods almacht en Zijn heerschappij, en ze geloven niet in de vleesgeworden God. De opstanding van de Heer Jezus was voor hen echter een klap in het gezicht en het bood hun gelegenheid hun eigen twijfel te ontdekken, hun eigen twijfel te herkennen en hun eigen verraad te erkennen, en zo werkelijk te geloven in het bestaan en de opstanding van de Heer Jezus. Wat met Tomas gebeurde was een waarschuwing en een aanmaning voor latere generaties zodat meer mensen zichzelf konden waarschuwen niet te twijfelen zoals Tomas, en te weten dat als ze zo twijfelden, ze zouden wegzinken in de duisternis. Wanneer je God volgt, maar je net zoals Tomas altijd de rib van de Heer wilt aanraken en zijn wonden van de spijkers wilt voelen ter bevestiging en verificatie, en om te speculeren of God wel of niet bestaat, zal God je in de steek laten. De Heer Jezus eist dus van mensen dat ze niet zoals Tomas zijn en alleen geloven wat ze met hun eigen ogen kunnen zien, maar een zuiver, eerlijk mens te zijn die geen twijfels koestert tegenover God, maar eenvoudigweg in Hem gelooft en Hem volgt. Dit type mens is gezegend. Dit is een zeer bescheiden eis die de Heer Jezus aan mensen stelt, en een waarschuwing voor Zijn volgelingen.
uit ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’
Om deze reden is het voor ons gepast, aangezien we de voetafdrukken van God zoeken, om te zoeken naar Gods wil, naar de woorden van God, naar Zijn uitspraken – want waar er ook maar nieuwe woorden worden gesproken door God, is er de stem van God, en waar de voetstappen van God ook maar zijn, daar zijn Gods daden. Waar er ook maar de uitdrukking van God is, daar verschijnt God, en overal waar God verschijnt, daar bestaan de waarheid, de weg en het leven. Bij het zoeken naar de voetafdrukken van God, hebben jullie de woorden ‘God is de waarheid, de weg en het leven’ genegeerd. En zo zijn er veel mensen die, zelfs wanneer ze de waarheid ontvangen, niet geloven dat ze de voetafdrukken van God hebben gevonden. De verschijning van God erkennen ze al helemaal niet. Wat een ernstige vergissing! De verschijning van God kan niet worden gerijmd met de opvattingen van de mens, en God kan al helemaal niet verschijnen in opdracht van de mens. God maakt Zijn eigen keuzes en Zijn eigen plannen bij het doen van Zijn werk; bovendien heeft Hij Zijn eigen doelstellingen en Zijn eigen methodes. Wat voor werk Hij ook doet, het is voor Hem niet nodig om dat met de mens te bespreken of diens advies te vragen, laat staan om absoluut iedereen van Zijn werk op de hoogte te stellen. Dit is de gezindheid van God, die bovendien door iedereen zou moeten worden herkend. Als jullie graag getuige willen zijn van de verschijning van God, Gods voetstappen willen volgen, dan moeten jullie eerst afstand nemen van jullie eigen opvattingen. Jullie moeten niet eisen dat God dit of dat doet, laat staan Hem binnen je eigen grenzen plaatsen en Hem beperken tot je eigen opvattingen. In plaats daarvan moeten jullie vragen hoe jullie Gods voetafdrukken moeten zoeken, hoe jullie Gods verschijning moeten aanvaarden en hoe jullie je moeten onderwerpen aan het nieuwe werk van God: dit is wat de mens moet doen. Aangezien de mens niet de waarheid is en de waarheid niet bezit, moet hij zoeken, aanvaarden en gehoorzamen.
uit ‘De verschijning van God heeft een nieuw tijdperk ingeluid’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’
Het is niet moeilijk om zoiets te bestuderen, maar daar is wel voor nodig dat ieder van ons deze waarheid kent: Hij die de incarnatie van God is, zal de essentie van God hebben. Hij die de incarnatie van God is, zal de uitdrukking van God hebben. Omdat God vlees wordt, zal Hij het werk voortbrengen dat Hij moet doen. En omdat God vlees wordt, zal Hij uitdrukken wat Hij is en zal Hij in staat zijn de waarheid naar de mens te brengen, het leven te schenken en de weg te wijzen. Vlees dat niet de essentie van God bevat, is zeker niet de vleesgeworden God. Dat lijdt geen twijfel. Als de mens wil onderzoeken of dit het geïncarneerde vlees van God is, moet de mens dit vaststellen aan de hand van de gezindheid die Hij uitdrukt en de woorden die Hij spreekt. Dat betekent dat aan de hand van Zijn wezen beoordeeld moet worden of dit al dan niet het geïncarneerde vlees van God is en of dit al dan niet de ware weg is. Bij het vaststellen of dit het geïncarneerde vlees van God is, is het dus het allerbelangrijkste om aandacht te schenken aan Zijn wezen (Zijn werk, Zijn woorden, Zijn gezindheid en nog veel meer dingen) in plaats van aan de uiterlijke schijn. Als de mens alleen Zijn uiterlijk ziet en aan Zijn wezen voorbijgaat, geeft dat blijk van de onwetendheid en naïviteit van de mens. Het uiterlijk zegt niets over het wezen. Bovendien kan het werk van God zich nooit aan de opvattingen van de mens aanpassen. Botste de uiterlijke vertoning van Jezus niet juist met de opvattingen van de mens? Waren het niet juist Zijn uiterlijk en kleding die geen aanwijzingen over Zijn ware identiteit konden leveren? Verzetten de vroegste farizeeën zich niet juist tegen Jezus omdat zij slechts naar Zijn uiterlijke vertoning keken en de woorden die Hij sprak niet ter harte namen?
uit ‘Hoe kan een mens die God in zijn opvattingen over Hem heeft afgebakend de openbaring van God ontvangen?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’
Meer weten: Online bijbel